Categorie:Behandelen

Uit Melkveegezondheid
Ga naar: navigatie, zoeken

Bedrijfsbehandelplan

Het is best ingewikkeld om de goede injector te kiezen. De dierenarts kan de veehouder helpen bij het opstellen van een bedrijfsbehandelplan. Bij het invullen van het behandelplan wordt rekening gehouden met de soort bacterie die op het bedrijf het meest voorkomt. Het behandelplan helpt de veehouder om een gerichte keuze te maken bij een behandeling van mastitis. Dit vergroot de kans op genezing.

Bedrijfsgezondheidsplan

Zie voor meer informatie de pagina bedrijfsgezondheidsplan (BGP).

Opsporen van mastitisverwekkers

Om de veroorzaker van uierontsteking te weten te komen moet voor het behandelen van een koe een melkmonster voor bacteriologisch onderzoek (B.O.) genomen worden. Deze wordt voor onderzoek bijv. naar de GD gestuurd. Zij kunnen bepalen welke bacterie de uierontsteking heeft veroorzaakt. Het is belangrijk dat het monster op een goede manier is genomen.

Naast het nemen van een individueel monster is het mogelijk om je tankmelk op bacteriën te laten onderzoeken bij de GD. Hiervoor kun je zelf een monster nemen (monster voor BO = Bacteriologisch Onderzoek), maar dat hoeft niet. Dit gebeurt nl. 10 keer per jaar door de RMO - (rijdende melk ontvangst) chauffeur. Op deze manier kun je in de gaten houden welke bacteriën op je bedrijf een belangrijke rol spelen en waar je dus extra op moet letten in je management rond uiergezondheid. De beste kans op genezing is er als direct na het ontdekken van de uierontsteking de behandeling begint. Het is belangrijk om de injector op een hygiënische wijze in te brengen. Draag bij voorkeur handschoenen. Melk het kwartier eerst goed uit en ontsmet het slotgat. Het is belangrijk de kuur altijd af te maken, ook als er zichtbare verbetering te zien zijn.

Ook subklinisch (niet zichtbaar) ontstoken kwartieren moeten vroegtijdig behandeld worden. Dit moet gebeuren nadat bekend is welke bacterie de ontsteking veroorzaakt en in overleg met de dierenarts. Hoe langer een koe een verhoogd celgetal heeft hoe moeilijker ze geneest. Bij ontstaan van subklinische uierontsteking aan het eind van de lactatie vindt behandeling vaak plaats tijdens de droogstand. Het grote voordeel van behandelen van subklinische mastitis tijdens de droogstand is dat het antibioticum gedurende langere tijd zijn werk kan doen. Let op: Oudere dieren met een chronische Staphylococcen Aureus besmetting hebben een lage genezingskans. Het beste is om deze dieren af te voeren.

Ontstekingsremmers

De behandeling met injectoren kan ondersteund worden met een injectie met ontstekingsremmers. Deze onderdrukken ook de pijn. Ontstekingsremmers zijn vooral effectief bij klinische mastitis. In het bedrijfsbehandelplan kan de dierenarts aangeven welke middelen het best gebruikt kunnen worden.

Medicijngebruik

Zie voor meer informatie over medicijngebruik de pagina Medicijngebruik.

Droogzetten

Vaak wordt een droogzetpreparaat gebruikt. Meestal zitten er antibiotica in deze droogzetters. Alleen een gezond uier kan worden drooggezet zonder antibiotica. Een goede hygiëne bij het inbrengen is erg belangrijk. Droogzetten moet gebeuren volgens het bedrijfsbehandelplan.

Ondercategorieën

Deze categorie bevat de volgende ondercategorie.

M

Pagina’s in categorie "Behandelen"

Deze categorie bevat de volgende 2 pagina’s, van in totaal 2.